Ga naar inhoud
Hof van Cartesius
← De Sociale Troonrede 2018

“We kijken samen naar hoe we dit gebied sterker kunnen maken. Dat kan je namelijk niet alleen.”

Het Hof van Cartesius is een groene werkplek in het Werkspoorkwartier in Utrecht, waar ondernemers op een circulaire manier hun eigen werkruimte hebben gebouwd. Deze plek is in samenwerking met Bob Scherrenberg – eigenaar van de Werkspoorkathedraal – tot stand gekomen. We gaan in gesprek met Bianca, die zich ontfermt over de zakelijke, financiële en creatieve kant van Hof van Cartesius Coöperatie en Gabrielle Muris, projectmanager Erfgoed Werkspoor.

Wat drijft jullie tot dit gebied?

Bianca: “Mijn zus Charlotte heeft meegewerkt aan de ontwikkeling van de NDSM-werf en heeft daar de voorliefde ontwikkeld voor dat soort ‘verlaten’ plekken en bedrijventerreinen in de stad, waar anderen weinig toekomst in zien.
Gabrielle: “Ik ben ongeveer 10 jaar betrokken geweest bij de ontwikkeling van het RDM-werf in Rotterdam en op die manier gebiedsontwikkeling ingerold. Ik kijk naar hoe je een heel gebied aan de praat krijgt en hoe er nieuwe economische activiteiten ontplooid kunnen worden, waarbij creativiteit, duurzaamheid en samenwerking de belangrijke drijvers zijn.”

Wanneer zijn jullie elkaar tegengekomen?

Bianca: “We zijn twee ‘afgeleiden’ eigenlijk. Ik ben met mijn zus Charlotte gaan werken en Gabrielle werkt voor Bob Scherrenberg. Bob was al actief in het gebied en had als ontwikkelaar ook ideeën over hoe hij het gebied verder wilt ontwikkelen. Charlotte is stedenbouwkundige, heeft de open-call gewonnen voor deze strook, maar had altijd al de wens om met het hele gebied meer waarde aan de stad de geven. Het eerste contact met Bob was tijdens de Tour de France-camping in de Werkspoorkathedraal die wij samen hebben opgezet.”

In januari 2014 is er een oproep – open call – aan pioniers om samen met de Gemeente Utrecht de Vlampijpzone op de kaart te zetten. Charlotte Ernst en LINT Landscape Architecture dienen voor deze call, met succes, het plan voor het Hof van Cartesius in.

Hoe ga je dat gesprek met een investeerder dan aan?

Bianca: “De aanleiding was eerst de komst van een coffeeshop, want wie wil er nou investeren als er 300 meter verderop een coffeeshop opent? Bob zei toen: dan moeten wij even verder praten. Hij heeft vrij snel een collega naar voren geschoven omdat hij zelf druk was. Toen zaten we ineens aan tafel met de gemeente en de betreffende collega. Dat was heel interessant, het leek alsof ze van een andere wereld kwamen want ze spraken echt een andere taal en gebruikten andere termen, zoals ‘BAR’.”

(Bruto Aanvangsrendement; om (markt)waarde en de kwaliteit van een (koop)object uit te drukken)

Gabrielle: “Iedereen kijkt vanuit zijn eigen bril, voor sommigen zijn begrippen als ‘BAR’ heel logisch maar ik weet uit ervaring dat je tussen verschillende leefwerelden moet schakelen. Zo kun je iets wat iedereen een goed idee vindt, toch in verschillende systemen inpassen. Dit was nodig tussen deze partijen, en ik heb er vooral voor gezorgd dat het gesprek gaande bleef.”  
Bianca: “We hadden Gabrielle echt nodig als vertaler. Dit was geen afspraak of uitgesproken rol, maar dat ging op een gegeven moment zo: ‘we willen Gabrielle erbij anders verstaan we elkaar niet’. Je wilt elkaar juist graag verstaan. Er was zelfs op een gegeven moment een strategisch adviseur bij, een ‘man in pak’. Ik had dat echt nodig voor de taal, maar ook hoe serieus je genomen wordt als je een ‘naam’ hebt. Ik durf te zeggen dat het zeker verschil maakt of ik iets zeg, of de strategisch adviseur. Er zou compleet anders op gereageerd worden.”

Hoe ging dit proces verder?

Gabrielle: “In het traject is gekozen voor een coöperatie als organisatievorm van het Hof. Dit heeft ervoor gezorgd dat je voor een lange periode een businesscase kan maken en het creatieve dus geen ‘tijdelijk’ karakter meer heeft. Zoals in veel gebiedsontwikkelingen wel het geval is, denk aan de ‘lokhipsters’. Als je een community en coöperatie hebt met genoeg huurders, dan bied je heel veel waarde. Niet alleen in geldstromen maar ook in waarde van placemaking, experiment, leren met circulair bouwen. Ook een van de redenen dat Bob hierin is meegegaan.”
Bianca: “Wat wel interessant is, is dat die waardes in de totstandkoming van de investering rondom Het Hof van Cartesius geen onderwerp van gesprek zijn geweest. Terwijl deze juist voor veel sociaal ondernemers centraal staan. Dit komt omdat dit niet voorop staat in de wereld van veel gesprekspartners die we hadden, zoals de Gemeente Utrecht. Circulair was bijvoorbeeld geen onderwerp van gesprek. Het is interessant, maar het is uiteindelijk wel ons eigen feestje geweest. Zowel de investeerder als de gemeente hebben hier geen vragen over gesteld of gedacht; hoe kunnen we hier het meest van leren? We hebben ervoor gekozen om onze waardes, zoals circulair bouwen, niet voorwaardelijk te maken naar partners maar deze zelf aan te pakken als sociaal ondernemers.”
Gabrielle: “Het was voor ons wel duidelijk dat circulair het uitgangspunt was. Niet per se in het maken van de businesscase bijvoorbeeld, maar wel van de totstandkoming het Hof zelf.”
Bianca: “Het was ook niet erg. We snappen ook dat de risico’s te groot kunnen worden als je verwacht dat een investeerder zich primair inzet voor het circulaire en alles wat erbij komt kijken.”

Wat maakte de samenwerking dan tot een succes?

Gabrielle: “Het is sowieso een gezonde financiële afspraak waar rendement op zit. Weliswaar een laag rendement, maar er is wel een verdienmodel. Het risico is dus niet huizenhoog. De ‘softe’ factoren zijn ook belangrijk; het geloven in Charlotte en Bianca als ondernemers, de community die zij vertegenwoordigen en het feit dat je wilt dat het gebied meer gaat leven. Dus ook indirecte belangen spelen mee, en ze voegen een ander soort waarde toe dan alleen financieel rendement. Dat moet je als ondernemer wel zien.”
Bianca: “Zonder Bob waren we hier niet gekomen. We weten dat we niet alleen staan in de ambitie om iets met dit gebied te doen. We hebben elkaar daar wel echt in gevonden en staan zo een stuk sterker. We zitten voor de ontwikkeling van het gebied ook formeel in een ‘samenwerkingsconsortium’, maar we weten elkaar ook voor allerlei andere dingen te vinden. Als we in zee waren gegaan met investeerders die niets met het gebied hebben, was het heel anders geweest. En wat ook belangrijk is, is dat we gewoon een stuk serieuzer worden genomen en zich deuren openen omdat er een investeerder achter je staat. We zijn er heel blij mee, maar ik schrok er ook wel van.”

Hoe denken jullie dat het komt dat je anders wordt gezien met een investeerder achter je?

Bianca: “Je wordt eerst gezien als initiatiefnemer, en dat is bijna een vies woord geworden, alsof je het doet als hobby ernaast. Wij hoorden dat er rond ging; ‘waarom zou je twee meisjes voortrekken?’. Wij dachten: ‘voortrekken? We zijn al drie jaar keihard aan het werk, op iets wat jullie zelf hebben gestart met de open-call’. De beeldvorming werd dus heel erg anders toen Bob achter ons ging staan. We werden toen meer gezien als ondernemers. Wat het ook wel moeilijker maakte, want we werden bijna gezien als ontwikkelaars dus er kwamen ook veel verwachtingen bij kijken.”
Gabrielle: “De grondhouding vanuit ons was: we doen met ze mee en we maken het samen tot een succes. Voor de gemeente lag dat ingewikkelder. Op beleidsniveau was er steun en een subsidie, maar op het niveau van de verkoop van de grond en regelgeving heeft het lang geduurd voordat de gemeente aan het mee-investeren was.”
Bianca: “Naast de gemeente was het belangrijk dat we serieus werden genomen door de ‘gevestigde orde’.”
Gabrielle: “Dat klopt, ze hoeven niet altijd direct te investeren, maar ook commitment en het inzetten van een netwerk helpt heel erg. Voor je credibility en langetermijnsucces als sociaal ondernemer is het wel goed als je de gevestigde orde kan laten meebewegen. Je kan dan een inspiratie zijn, en laten zien: ‘#hetkanwel’.”

Tips en tricks

  1. Kijk naar de belangen. “Ik zou beginnen met even kijken wie er mogelijk een belang bij heeft, wat dat belang is en hoe je hierop mensen kunt enthousiasmeren. Bijvoorbeeld door het bieden van ruimte voor experiment.” – Gabrielle
  2. Werk aan een relatie. “Het belangrijkste is misschien nog werken aan een relatie. Je eerste gesprek moet niet gaan over ‘dit heb ik nodig’, maar is gewoon een kennismaking. Dit ben ik, en wie ben jij, wat houdt ons bezig? In de gesprekken daarna kun je hier dan verder op ingaan en kijken of je iets voor elkaar kunt betekenen.” – Bianca
    “Menselijk contact en dat er van beide kanten een drive en nieuwsgierigheid is. Gewoon met elkaar praten, leer elkaar kennen. Het zijn vaak toch ook mensen die vanuit hun passie werken, anders word je geen ondernemer.” – Gabrielle
  3. Trek de stoute schoenen aan. “Oké, je kent elkaar, je ziet de toegevoegde waarde, maar hoe breng je dan een vraag op tafel? Dan kan een ontwikkeling van buitenaf toch noodzaak geven om het gesprek aan te gaan, en soms moet je zelf ook de stoute schoenen aantrekken.” – Bianca
  4. Laat zien wat je doet. “Laat jezelf zien in netwerken en online, vertel over wat je doet en doe eens een oproep. Laat zien dat je niet alleen een plan hebt, maar het menens is en je dingen doet.” – Bianca
  5. Een tip voor de baas van Nederland. “Vaak moet je nu als ‘kleine’ organisatie/ondernemer de ‘grote’ organisaties/ondernemers als co-financierder hebben, terwijl het ook leuk zou zijn als je het om zou draaien. Dat grote organisaties alleen nog maar subsidie krijgen voor innovatie als zij samenwerken met kleine organisaties/ondernemers. Of dat grote organisaties pitchen, en de kleine organisaties/ondernemers dan kunnen kiezen waar zij aan mee willen werken. Dat is nog eens een leuk idee!” – Gabrielle en Bianca

Met dank aan:

  1. Bianca Ernst van het Hof van Cartesius
  2. Gabrielle Muris, projectmanager bij Erfgoed Werkspoor

Geschreven door:

  1. Eva Leen